De VVD-fractie in Zaanstad heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college over het zogenoemde TAM-omgevingsplan voor datacenters. Aanleiding is hoofdstuk 22h van dit plan, waarin de komst van datacenters binnen de gemeentegrenzen wordt beperkt. De vragen zijn ingediend door raadslid Marius Rietdijk en richten zich op de toekomstige rol die datacenters mogelijk alsnog kunnen spelen binnen Zaanstad.
Twijfels over toekomstig beleid
In de toelichting geeft de VVD aan te begrijpen dat de provincie Noord-Holland het momenteel niet toestaat om datacenters in Zaanstad te vestigen. Tegelijkertijd wil de partij weten hoe het college daar inhoudelijk tegenaan kijkt. De centrale vraag is of er op langere termijn ruimte zou moeten zijn om dit soort grootschalige datacenters alsnog toe te laten, mocht het provinciale beleid veranderen.
Economische kansen versus maatschappelijke impact
De VVD vraagt het college expliciet om de voor- en nadelen van datacenters voor Zaanstad in kaart te brengen. Daarbij wijst de partij op de economische potentie van dergelijke bedrijven. Datacenters zijn vaak zeer kapitaalkrachtig en kunnen volgens de VVD zorgen voor forse investeringen, extra werkgelegenheid en financiële opbrengsten voor gemeenten. In andere steden, zoals Amsterdam, zijn volgens de partij al voorbeelden te vinden van miljardeninvesteringen rondom datacenters. De VVD wil weten of dit ook voor Zaanstad een reële kans kan zijn.
Druk op stroomnet als belangrijk aandachtspunt
Tegelijkertijd plaatst de VVD kanttekeningen bij de impact van datacenters op de energievoorziening. De fractie vraagt het college of het mogelijke nadeel van een hogere druk op het stroomnet, en daarmee een beperking voor andere maatschappelijke of economische activiteiten, opweegt tegen de opbrengsten van datacenters. Het gaat daarbij niet alleen om financiële baten, maar ook om bredere effecten op de leefomgeving en infrastructuur.
Beantwoording nog op zich laten wachten
De vragen zijn ingediend op 18 december 2025. Op 19 januari 2026 heeft het college een uitstelbrief verstuurd. De beantwoording wordt uiterlijk op 29 januari 2026 verwacht. Op dit moment zijn de vragen nog niet afgehandeld.






