Zaandam – De rechtbank Noord-Holland heeft geoordeeld dat een bedrijf uit Zaandam een medewerker onterecht tijdens de proeftijd heeft ontslagen vanwege diens geloofsovertuiging. Het bedrijf moet de man in totaal ruim 19.000 euro aan vergoedingen betalen.
De werknemer, die sinds 14 april 2025 als servicemonteur in dienst was, vertelde tijdens zijn eerste werkweek dat hij één à twee keer per dag wil bidden en niet op locaties met varkens kan werken. Nog diezelfde week werd hij ontslagen. In de ontslagmail stelde het bedrijf dat het bidden bij klanten “niet wenselijk” was en dat het bedrijf “neutraliteit” wil uitstralen.
Verboden onderscheid
Volgens de kantonrechter is echter sprake van direct verboden onderscheid op grond van godsdienst. De rechter benadrukt dat ook tijdens een proeftijd niet mag worden ontslagen vanwege religieuze uitingen. De werknemer had bovendien verschillende oplossingen aangedragen, zoals bidden bij de bedrijfsbus op een parkeerplaats, maar het bedrijf wees dat af.
Omdat het ontslag discriminerend was, kent de rechtbank de werknemer meerdere vergoedingen toe: een billijke vergoeding van 15.000 euro, een gefixeerde schadevergoeding van bijna 3900 euro, en een transitievergoeding van rond de 80 euro. Het bedrijf moet daarnaast salarisspecificaties verstrekken op straffe van een dwangsom en de proceskosten betalen.
De uitspraak maakt duidelijk dat religieuze uitingen in de arbeidsrelatie niet zomaar een grond mogen zijn voor ontslag, ook niet binnen de proeftijd.





